In een door Peck et al. uitgevoerd dubbelblind-onderzoek bij mensen die wegens ESRD (end-stage renal disease) hemodialyse ondergingen bleek suppletie met visolie de pruritus-klachten waar deze patiënten vaak door worden geplaagd te verminderen.
Bij mensen met ESRD wordt in het plasma vaak een afwijkend vetzuren-patroon aangetroffen dat wijst in de richting van een essentiële vetzuren-deficiëntie. Ook zijn er vaak klinische verschijnselen die op een dergelijk tekort wijzen, zoals vertraagde wondgenezing, verhoogde vatbaarheid voor infecties en een droge schilferige huid. Deze huidconditie kan gepaard gaan met hinderlijke jeuk.
In het hier vermelde onderzoek werden 25 hemodialyse-patiënten met pruritus-symptomen verdeeld in drie groepen die volgens een dubbelblind-systeem gedurende 8 weken elk met een verschillend vetzuren-preparaat werden behandeld. Het supplement bevatte bij 8 mensen saffloerolie, bij 9 personen olijfolie en bij 8 patiënten visolie. Dit laatstgenoemde type olie bevat de sterk onverzadigde vetzuren EPA (eicosapentaëenzuur) en DHA (docosahexaëenzuur).
Zowel aan het begin als aan het eind van de suppletie-periode werd door middel van een speciale vragenlijst de ernst van de jeuk-klachten geëvalueerd. Ook werd vóór en na de suppletie-periode het vetzuren-profiel in het plasma bepaald. Als vergelijkingsmateriaal werden bovendien de vetzuren-waarden bij 22 gezonde vrijwilligers gemeten.
Vastgesteld werd onder meer dat in de patiënten-groep het baseline-EPA-niveau lager was dan in de controlegroep, terwijl het oliezuurgehalte hoger was. Aan het eind van de suppletie-periode werd geconstateerd dat de pruritus-symptomen in de visolie-groep meer waren verbeterd dan in de olijfolie- en de saffloerolie-groep. Ook wat betreft het veranderen van het vetzuren-profiel bleek de visolie effectiever te zijn.
Tot de veranderingen die in de visolie-groep waren opgetreden behoorden een afname van het oliezuurgehalte en een toename van het EPA- en DHA-niveau. De visolie-suppletie resulteerde bovendien in een daling van de hoeveelheid arachidonzuur, terwijl het plasma-niveau van het uit dit vetzuur gevormde PGE2(prostaglandine E2) was gestegen.
Deze bevindingen maken het aannemelijk dat het gunstige effect van de visolie is te danken aan een anti-inflammatoire werking als gevolg van een verandering in het metabolisme van arachidonzuur waardoor hieruit meer PGE2 en minder LTB4(leukotriëen B4) wordt gemaakt. Omdat de ontstekingbevorderende werking van LTB4 groter is dan van PGE2 heeft deze verschuiving in de productie van pro-inflammatoire substanties per saldo een ontstekingremmend effect. (bron: De Stichting Orthomoleculaire Educatie)